De Commissie Gelijke Behandeling krijgt regelmatig vragen voorgelegd over het dragen van hoofddoeken, djeleba’s, lange rokken en andere kledij die vanuit een bepaalde levensovertuiging wordt gedragen. Welke kledingeisen mag een werkgever aan werknemer of sollicitant stellen? En welke kledingvoorschriften mag een school aan haar leerlingen opleggen. Hier vindt u een aantal veelgestelde vragen over religieuze kledij en de ruimte die de gelijkebehandelingswetgeving biedt voor het dragen ervan.
Vraag: Handen schudden of kleding heeft toch niets met godsdienst van doen?
Antwoord: Wat een geloof of een levensovertuiging inhoudt, is voor wie niet gelooft of een andere levensovertuiging heeft, moeilijk te bepalen. In de regel wordt het aan de geloofsgenoten overgelaten te bepalen wat zij uit hoofde van hun geloofsopvattingen moeten doen en nalaten. Dat geldt voor alle gelovigen, zoals christenen, joden en moslims. Dat geldt ook voor de niet-gelovigen, zoals humanisten en atheïsten.
Vraag: Door iemand af te wijzen wegens het dragen van islamitische kleding discrimineert een werkgever toch niet?
Antwoord: Juist de uitdrukkelijke verwijzing naar de geloofsopvatting in combinatie met het ontbreken van enige andere kledingeis, maakt dat er sprake is van directe discriminatie. Zou de eis luiden dat klantmanagers een colbert en een grijze broek dienen te dragen, dan is er op het eerste gezicht sprake van een neutrale regel.
Vraag: Als Arabisch of islamitische kleding mensen afschrikt; dan is dat toch een reden om een sollicitant af te wijzen?
Antwoord: Het kan best zijn dat mensen schrikken als ze personen tegenkomen die anders zijn dan de mensen die ze gewoonlijk ontmoeten. Maar is uitgesloten dat zij na de eerste schrik ontdekken dat die ander een prima dienstverlener is? Is de enige manier om met de schrik om te gaan vermijden dat die ander er is? De CGB vraagt een gemeente (oordeel 2006-202) na te gaan wat zij en de sollicitant zouden kunnen betekenen om schrikreacties te vermijden of hoe met schrik zou kunnen worden omgegaan.
Vraag: Had de gemeente (oordeel 2006-202) niet beter een standaard afwijzingsbriefje kunnen zenden, in plaats van het handen schudden en de kleding als reden te melden? Of: werkt de CGB niet in de hand dat werkgevers niet langer het achterste van hun tong laten zien?
Antwoord: Gelijkebehandelingswetten zijn er niet voor niets. Mensen worden afgewezen wegens hun geslacht, ras, geloof, seksuele gerichtheid, handicap of leeftijd. Daarom past een wedervraag: moeten die regels maar worden afgeschaft omdat werkgevers zich er niet aan zouden willen houden?
Vraag: Beschermt de CGB godsdienstige kleding meer dan bijvoorbeeld Indonesische kledij?
Antwoord: Nee. Uit oordeel 2007-207 blijkt dat ook op de grond ras bescherming kan worden gekregen voor bepaalde hiertoe te herleiden kleidng. Dan moet wel voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat de betreffende kledij door meer leden van een etnische groep wordt gedragen.
RADAR heeft een factsheet over kledingvoorschriften op school samengesteld
Factsheet kledingseisen op school
Ook de leidraad van het ministerie van O&W is interessant in dit kader
leidraad ministerie onderwijs kledingvoorschriften op scholen en het CGB advies over religie en arbeid