Rotterdam-Rijnmond

'Politieagente met een hoofddoek kan best'

14 april 2009 - Een politieagente met een hoofddoek moet kunnen. Een strikte scheiding tussen kerk en staat is 'onnederlands' en ook inhoudelijk niet goed te verdedigen.

 

Dat betoogt prof.dr.mr. Wibren van der Burg, die op 24 april inaugureert als hoogleraar rechtsfilosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Er moet ruimte zijn voor religie in de publieke sfeer, vindt Van der Burg, en de staat kan best steun geven aan religieuze organisaties.

 

Volgens Van der Burg is de staat in het ideale geval neutraal, en soms moet ze zich ook ver houden van religieuze uitingen. De koningin bijvoorbeeld, kan niet openlijk belijden dat ze moslim, christen en atheïst is, dus moet zij, als symbool van de nationale eenheid, haar geloof voor de binnenkamer reserveren. Datzelfde geldt volgens Van der Burg voor premier Balkenende, maar weer niet voor zijn ministers. Binnen die ploeg is zoveel variatie dat elke minister zijn eigen religie mag uiten.

,,Het zou daarom toe te juichen zijn als er Kamerleden of ministers komen die een hoofddoek of een baard dragen uit religieuze overwegingen, en hetzelfde geldt voor ambtenaren.''

 

Een strikte scheiding tussen staat en religie is niet altijd wenselijk, vindt Van der Burg. ,,Voor veel mensen is cultuur of religie een wezenlijk deel van hun identiteit. Wanneer ze die in de publieke sfeer helemaal buiten beschouwing moeten laten, zouden ze dus een wezenlijk deel van zichzelf thuis moeten laten.''

 

In debatten wordt vaak verwezen naar de Franse 'laïcité', de strikte scheiding tussen godsdienst en staat, waardoor er in het publieke domein geen ruimte is voor godsdienst. Volgens Van der Burg past deze benadering niet goed bij de Nederlandse traditie. Bovendien doet deze strikte scheiding ,,onvoldoende recht aan de belangen van religieuze groepen''.

 

In eerdere publicaties heeft Van der Burg daarbij verschillende vormen van neutraliteit onderscheiden - een onderscheid dat sindsdien door de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid, de gemeente Amsterdam en de Vereniging Nederlandse Gemeenten is overgenomen. In deze oratie werkt hij zijn opvattingen verder uit aan de hand van actuele voorbeelden zoals religieuze symbolen in de publieke sfeer, politieagentes met hoofddoeken en subsidies voor religieuze organisaties.

Van der Burg concludeert dat een ruime, inclusieve interpretatie van neutraliteit het beste past bij de Nederlandse traditie. Van der Burg is rechtsfilosoof en ethicus. Hij was eerder hoogleraar in Tilburg en voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap.

 

Bron: Nederlands Dagblad

  • Zoeken

Naar boven