30 juni - Een man van middelbare leeftijd solliciteert op een vakantiebaantje in de zorg om het gezinsinkomen aan te vullen. De zorginstelling wijst zijn kandidatuur af en laat weten dat zij een maximumleeftijd van 23 jaar hanteren voor vakantiekrachten.
De man geeft aan dat hij bereid is te werken voor het loon van een 23-jarige, maar de zorginstelling blijft de leeftijdeis strikt hanteren. De man vindt dit leeftijdsdiscriminatie -in strijd met de wet- en beklaagt zich in een brief. Omdat de instelling niet op zijn klacht reageert vraagt hij RADAR om ondersteuning. RADAR schrijft de HRM afdeling aan -met een kopie naar de directie- met het verzoek de reden voor het hanteren van de leeftijdsgrens toe te lichten. Dan volgt een intern onderzoek door de zorginstelling. De directie verontschuldigt zich schriftelijk voor de 'precieze' interpretatie van de HRM afdeling ten aanzien van het aannamebeleid van vakantiekrachten. Feit is dat de instelling zich voor de aangeboden werkzaamheden niet meer dan het minimumloon kan veroorloven. Dat minimumloon is vastgesteld op 23 jaar. Echter, niet de leeftijd is doorslaggevend, maar het loon dat er tegenover staat. Aangezien de man al had aangegeven akkoord te gaan met het minimumloon, had de HRM afdeling hem moeten accepteren als een geschikte kandidaat, zo luidt het oordeel van de directie. De organisatie biedt haar excuses aan en nodigt de man uit voor een sollicitatiegesprek. Een kans die de man niet vaak krijgt, dus met beide handen aangrijpt.
23 juni - Een klinisch psycholoog solliciteert schriftelijk naar een functie bij een instituut dat zorg verleend aan mensen met angststoornissen. Het instituut is geïnteresseerd in de kandidaat en zoekt telefonisch contact. De medewerker krijgt het antwoordapparaat. Vanwege het hoorbaar Engels accent van de kandidaat ziet de medewerker af van de verdere procedure. De klinisch psycholoog vindt dat hem hiermee de kans op een eerlijke sollicitatie is ontnomen en meldt zich bij Commissie Gelijke Behandeling en bij RADAR. De Commissie oordeelt dat het instituut in strijd met de gelijke behandelingswetgeving heeft gehandeld. Het accent alleen was onvoldoende zwaarwegend om de man van de sollicitatieprocedure uit te sluiten. De klinisch psycholoog heeft hiermee zijn gelijk gehaald; kwalificaties gaan immers boven accent. Volledig oordeel CGB
16 juni - Op een website van een landelijk dagblad leveren lezers commentaar op een interview met een voetballer van Surinaams-Nederlandse komaf. De lezers laten zich in de forumbijdragen laatdunkend en discriminerend uit over Surinaamse Nederlanders in het algemeen. Twee lezers attenderen RADAR op de toenemende stroom van ongebreidelde stereotyperingen. Een medeweker van RADAR schrijft de dagbladredactie aan, attendeert hen op de eigen regels ten aanzien van discriminerende bijdragen, waarna de redactie de bijdragen van de website verwijdert en beterschap belooft.
15 juni - Een man uit Utrecht bezoekt de Pasar Malam in Rotterdam. Hij is gepast gekleed in klederdracht van batikstoffen. Terwijl hij op het plein van de zon geniet, wordt hij door politieagenten aangesproken die denigrerende opmerkingen maken over zijn klederdracht. De man, die tot dan toe een feestelijke dag had, voelde zich gekwetst en schreef met behulp van RADAR een brief naar de politie om zijn beklag te doen over de bejegening. De politie reageert schriftelijk en zegt het incident ten zeerste te betreuren en geeft aan juist bezig te zijn met een training in omgaan met diversiteit, in samenwerking met RADAR. Met toestemming van de man wordt een geanonimiseerde versie van de brief als casus in het cursusmateriaal opgenomen om discriminatie in de toekomst te helpen voorkomen. De man is tevreden met de manier waarop zijn klacht door de politie is opgepakt.