In tegenstelling tot wat Leefbaar Rotterdam beweert richten antidiscriminatiebureaus als RADAR zich meer en meer op autochtonen. De discriminatiegronden zijn immers divers. Bij leeftijdsdiscriminatie en discriminatie wegens handicap weten autochtonen de weg naar RADAR goed te vinden. Sinds enige jaren zijn autochtonen dan ook de grootste groep klagers bij RADAR. Dit hebben wij Leefbaar Rotterdam meerdere keren laten weten. Ook zijn zij bekend met onze methodiek bij de aanpak van burenconflicten. Als daar een etnische component in zit wordt deze door RADAR bekeken en wordt de klachtindiener geadviseerd. Of het een autochtone of allochtone klachtindiener is maakt voor ons geen verschil. Ook dat hebben wij Leefbaar meerdere keren laten weten.
Dat mensen worden bedreigd en lastigevallen is realiteit, maar wij zien dit gebeuren bij alle groepen. Zowel allochtonen worden bedreigd en weggepest als autochtonen. Helaas is er ook op dit terrein gelijke behandeling.
Persbericht Leefbaar Rotterdam, 27 oktober:
In Rotterdam houden veel gesubsidieerde clubs zich bezig met discriminatiebestrijding; deze richten zich echter voornamelijk op allochtonen als slachtoffers en niet als daders. Het komt echter vaak voor dat autochtone Rotterdammers na een conflict worden bedreigd of lastiggevallen en vaak heeft zon conflict een raciale ondertoon. Dit wordt zelden door instanties effectief opgepikt. Robert Simons stelde hierover schriftelijke vragen.
Bij Leefbaar Rotterdam komen elk jaar veel klachten binnen van Rotterdammers die zich na een conflict met de buren of in de wijk, niet meer veilig voelen. De aanleiding voor veel conflicten moet vaak gezocht worden in de sfeer van overlast en intimiderend of ronduit crimineel gedrag. Als in een dergelijk conflict autochtonen tegenover allochtonen staan is het verwijt van racisme snel gemaakt en vrijwel altijd gericht tegen de autochtone wijkbewoner; zelfs als het in de praktijk eerder tegenovergesteld is.
Om toch vooral elke schijn van racisme weg te nemen en niet door RADAR c.s. op de korrel genomen te worden, kiezen veel instanties eieren voor hun geld en krijgen slachtoffers het advies zich gedeisd te houden of te verhuizen. Voor Leefbaar Rotterdam is dit onaanvaardbaar, als bepaalde groepen crimineel of intimiderend gedrag jegens buurtbewoners vertonen, dan kunnen zij hun biezen pakken en niet de slachtoffers. Het mag ook nooit zo zijn dat de angst om te discrimineren leidt tot afwijkend handelen, of zelfs niet ingrijpen, door bevoegde instanties als politie of woningbouwvereniging.
24 oktober 2008 - De gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam heeft vrijdag vragen gesteld aan het College van B&W over discriminatie van allochtonen. Met enige regelmaat krijgt de fractie van Leefbaar Rotterdam namelijk klachten van Rotterdammers die zich niet meer veilig voelen in hun eigen huis, straat of wijk. Vaak als gevolg van overlast en agressie door buren of buurtbewoners. Een deel van de klachten wordt goed opgelost door interventie(s) van de wijkagent of hulpverleners. Helaas worden ook veel klachten nooit opgelost en deze zijn er vaak de oorzaak van dat mensen -gedwongen door de situatie- gaan verhuizen uit Rotterdam.
De achtergrond van de overlastgevers varieert van Tokkies tot Marokkaanse hangjongeren, aldus Leefbaar. Echter, veel van de buurtconflicten hebben een etnische/culturele component, waarbij de angst van hulpverleners, inclusief de politie, om te discrimineren vaak een belangrijke rol speelt. Dit gegeven is volgens Leefbaar een taboe, er mag niet publiekelijk over worden gesproken of het wordt onder het tapijt geveegd. Deze angst bij hulpverleners/wijkagenten leidt er (vaak) toe dat er ten onrechte niet wordt doorgepakt.
Het gevolg van deze situatie is dat autochtone Rotterdammers vaak het nakijken hebben bij conflicten met de buren of in de buurt, waarbij de overlastgevers tot een allochtone groep behoren. Daar komt bij dat in een aantal wijken van Rotterdam de autochtone Rotterdammers een kleine minderheid van de bevolking vormen en dat door hulpverleners (inclusief wijkagent) het advies wordt gegeven om maar te gaan verhuizen. Het kiezen voor de makkelijkste weg. Een ander aspect dat ook vaak meespeelt, is dat bewoners geen aangifte bij politie meer durven doen omdat ze bang zijn voor de (ervaren) represailles van de overlastgevers.
Het bovenstaande leidde tot de volgende vragen aan het college:
1. Herkent het college het bovengenoemde probleem/taboe?
2. Bent u bereid om bovengenoemde problematiek aan te kaarten bij hulpverleners en wijkagenten?
3. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat autochtone Rotterdammers niet meer worden gediscrimineerd als gevolg van de angst om te discrimineren bij hulpverleners en wijkagenten?
4. Is het college bereid om onderzoek te laten doen naar het bovengenoemde probleem/taboe? Zo nee, waarom niet?
5. Is het bij het college bekend dat als buurtproblemen niet worden opgelost, het advies wordt gegeven om te gaan verhuizen? Wat vindt het college van dit advies?